Zoeken
reizen
[past form: reizte]
01
verleiden, aantrekken
Neugier, Interesse oder Begierde wecken
Voorbeelden
Der Duft von frischem Brot reizt mich immer zum Kauf.
De geur van vers brood prikkelt me altijd om het te kopen.
02
uitdagen, irriteren
Jemanden oder Tier absichtlich ärgern oder provozieren.
Voorbeelden
Hör auf, mich zu reizen!
Stop met me te plagen!


























