reizen
Pronunciation
/ˈʁaɪ̯t͡sn̩/

Definitie en betekenis van "reizen"in het Duits

reizen
[past form: reizte]
01

verleiden, aantrekken

Neugier, Interesse oder Begierde wecken
reizen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
reize
3e persoon enkelvoud
reizt
onvoltooid deelwoord
reizend
onvoltooid verleden tijd
reizte
voltooid deelwoord
gereizt
Voorbeelden
Der Duft von frischem Brot reizt mich immer zum Kauf.
De geur van vers brood prikkelt me altijd om het te kopen.
02

uitdagen, irriteren

Jemanden oder Tier absichtlich ärgern oder provozieren.
reizen definition and meaning
Voorbeelden
Hör auf, mich zu reizen!
Stop met me te plagen!
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store