reizen
reizen
ʁaɪ̯tsn
raitsn
reihenreibenreigenreiten

Definitie en betekenis van "reizen"in het Duits

reizen
01

verleiden, aantrekken

Neugier, Interesse oder Begierde wecken 
reizen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
reize
3e persoon enkelvoud
reizt
onvoltooid deelwoord
reizend
onvoltooid verleden tijd
reizte
voltooid deelwoord
gereizt
Voorbeelden
Das Abenteuer reizt ihn sehr. 

Het avontuur trekt hem erg aan.

02

uitdagen, irriteren

Jemanden oder Tier absichtlich ärgern oder provozieren. 
reizen definition and meaning
Voorbeelden
Sie reizte den Hund mit einem Stock. 

Ze provokeerde de hond met een stok.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store