Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
regeln
01
reguleren, reglementeren
Eine Sache oder Situation so organisieren oder bestimmen, dass alles richtig funktioniert
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
regle
3e persoon enkelvoud
regelt
onvoltooid deelwoord
regelnd
onvoltooid verleden tijd
regelte
voltooid deelwoord
geregelt
Voorbeelden
Er regelt alle Verträge mit den Kunden.
Hij regelt alle contracten met de klanten.



























