quatschen
quatschen
kvaʧn
kvachn

Definitie en betekenis van "quatschen"in het Duits

quatschen
[past form: quatschte]
01

kletsen, babbelen

Informell und oft ohne ernsten Inhalt plaudern oder schwätzen
quatschen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
quatsche
3e persoon enkelvoud
quatscht
onvoltooid deelwoord
quatschend
onvoltooid verleden tijd
quatschte
voltooid deelwoord
gequatscht
Voorbeelden
Die Kinder quatschen die ganze Zeit statt zu lernen.
De kinderen kletsen de hele tijd in plaats van te studeren.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store