Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
praktizieren
01
uitoefenen, beoefenen
Eine Tätigkeit ausüben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
praktiziere
3e persoon enkelvoud
praktiziert
onvoltooid deelwoord
praktizierend
onvoltooid verleden tijd
praktizierte
voltooid deelwoord
praktiziert
Voorbeelden
Sie praktiziert täglich Achtsamkeitsübungen.
Ze beoefent dagelijks mindfulness-oefeningen.



























