Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pilgern
01
pelgrimeren, een pelgrimstocht maken
Aus religiösen Gründen zu einem heiligen Ort reisen, meist zu Fuß oder auf traditionelle Weise
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
pilgere
3e persoon enkelvoud
pilgert
onvoltooid deelwoord
pilgernd
onvoltooid verleden tijd
pilgerte
voltooid deelwoord
gepilgert
Voorbeelden
Tausende Gläubige pilgern während des Ramadans nach Mekka.
Duizenden gelovigen pelgrimeren naar Mekka tijdens de Ramadan.



























