Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Die Periode
01
periode, tijdperk
Ein zeitlicher Abschnitt mit bestimmten Merkmalen
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
genitiefvorm
Periode
meervoudsvorm
Perioden
Voorbeelden
Die Periode der Halbwertszeit beträgt hier 5 Jahre.
De periode van de halfwaardetijd is hier 5 jaar.



























