Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pendeln
01
pendelen, forensen
Regelmäßig zwischen zwei Orten hin- und herfahren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
pendle
3e persoon enkelvoud
pendelt
onvoltooid deelwoord
pendelnd
onvoltooid verleden tijd
pendelte
voltooid deelwoord
gependelt
Voorbeelden
Sie pendelt seit Jahren von ihrem Wohnort ins Büro.
Ze pendelt al jaren van haar woonplaats naar het kantoor.



























