parkieren
Pronunciation
/paʁˈkiːʁən/

Definitie en betekenis van "parkieren"in het Duits

parkieren
[past form: parkiete]
01

parkeren, stallen

Ein Fahrzeug an einem bestimmten Ort abstellen
parkieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
parkiere
3e persoon enkelvoud
parkiert
onvoltooid deelwoord
parkierend
onvoltooid verleden tijd
parkiete
voltooid deelwoord
parkiet
Voorbeelden
Er parkierte den Wagen falsch und bekam ein Ticket.
Hij parkeerde de auto verkeerd en kreeg een boete.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store