Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
nämlich
01
namelijk, omdat
Begründet etwas, erklärt warum etwas so ist
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Ich kann nicht kommen, nämlich ich bin krank.
Ik kan niet komen, namelijk ik ben ziek.
02
namelijk, dat wil zeggen
Erklärt oder verdeutlicht etwas genauer
Voorbeelden
Er ist sehr nett, nämlich ein guter Freund.
Hij is erg aardig, namelijk een goede vriend.



























