Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
notieren
01
noteren, opschrijven
Informationen schriftlich festhalten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
notiere
3e persoon enkelvoud
notiert
onvoltooid deelwoord
notierend
onvoltooid verleden tijd
notierte
voltooid deelwoord
notiert
Voorbeelden
Notierst du die Hausaufgaben?
Noteer je het huiswerk?



























