Zoeken
nicht
01
niet, geen
Macht eine Aussage verneint
Voorbeelden
Er kommt nicht.
Hij komt niet.
02
toch
Fragend am Satzende für Bestätigung
Voorbeelden
Sie heißt Anna, nicht?
Ze heet Anna, toch ?
nicht-
01
non-, on-
Verneint oder macht das Wort negativ
Voorbeelden
Dies ist ein nicht-rauchender Bereich.
Dit is een niet-rokersgebied.
nicht
01
Niet, Doe niet
Sagt, dass man etwas nicht tun soll
Voorbeelden
Nicht schummeln!
Niet vals spelen !


























