Zoeken
Das Mittel
[gender: neuter]
01
gereedschap, instrument
Etwas, womit man etwas macht oder erreicht
Voorbeelden
Er benutzt das Mittel jeden Tag.
Hij gebruikt het gereedschap elke dag.
02
geneesmiddel, middel
Etwas, das Krankheiten heilt
Voorbeelden
Das Mittel ist in der Apotheke.
Het geneesmiddel is in de apotheek.


























