Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
mieten
[past form: mietete]
01
huren, verhuren
Etwas für eine bestimmte Zeit gegen Bezahlung nutzen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
miete
3e persoon enkelvoud
mietet
onvoltooid deelwoord
mietend
onvoltooid verleden tijd
mietete
voltooid deelwoord
gemietet
Voorbeelden
Er hat ein Haus am Meer gemietet.
Hij heeft een huis aan zee gehuurd.



























