Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
leisten
[past form: leistete]
01
zich kunnen veroorloven, genoeg geld hebben om
Genug Geld haben, um etwas Bestimmtes zu kaufen oder zu tun
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
leiste
3e persoon enkelvoud
leistet
onvoltooid deelwoord
leistend
onvoltooid verleden tijd
leistete
voltooid deelwoord
geleistet
Voorbeelden
Ich möchte mir endlich ein Haus leisten.
Ik wil eindelijk een huis kunnen kopen.
02
verrichten, uitvoeren
Etwas mit hoher Qualität oder großer Anstrengung ausführen
Voorbeelden
Die Mannschaft hat heute Großes geleistet.
Het team heeft vandaag grote dingen verricht.



























