Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
leisten
01
zich kunnen veroorloven, genoeg geld hebben om
Genug Geld haben, um etwas Bestimmtes zu kaufen oder zu tun
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
leiste
3e persoon enkelvoud
leistet
onvoltooid deelwoord
leistend
onvoltooid verleden tijd
leistete
voltooid deelwoord
geleistet
Voorbeelden
Kannst du dir ein neues Auto leisten?
Kun je je een nieuwe auto kunnen veroorloven?
02
verrichten, uitvoeren
Etwas mit hoher Qualität oder großer Anstrengung ausführen
Voorbeelden
Er leistet gute Arbeit.
Hij verricht goed werk.



























