Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der König
01
koning, vorst
Mann, der ein Land regiert
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
König(e)s
meervoudsvorm
Könige
Voorbeelden
Der König lebt in einem großen Schloss.
De koning woont in een groot kasteel.



























