der kurzurlaub
kurz
kʊrts
koorts
ur
ʊʁ
oor
laub
laʊp
lawp

Definitie en betekenis van "kurzurlaub"in het Duits

Der Kurzurlaub
01

korte vakantie, kort tripje

Ein kurzer Urlaub, oft nur für ein paar Tage 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Kurzurlaubs
meervoudsvorm
Kurzurlaube
Voorbeelden
Wir planen einen Kurzurlaub am Wochenende. 

We plannen een korte vakantie voor het weekend.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store