Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
kraulen
01
zachtjes strelen, met de vingers zachtjes strijken
Sanft mit den Fingern über etwas streichen
Voorbeelden
Sie krault ihrem Hund liebevoll hinter den Ohren.
Ze aait haar hond liefdevol achter de oren.
02
crawlen, de crawl zwemmen
Eine Schwimmtechnik, bei der abwechselnd die Arme über Wasser nach vorne geworfen werden und mit den Beinen geschlagen wird
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
kraule
3e persoon enkelvoud
krault
onvoltooid deelwoord
kraulend
onvoltooid verleden tijd
kraulte
voltooid deelwoord
gekrault
Voorbeelden
Er krault jeden Morgen 30 Bahnen im Pool.
Hij zwemt crawl elke ochtend 30 baantjes in het zwembad.



























