Zoeken
kochen
01
koken, eten bereiden
Essen mit Hitze zubereiten
Voorbeelden
Sie kocht gerne italienisch.
Ze houdt ervan Italiaans eten te koken.
02
koken, doorkoken
Sehr heiß werden und Blasen machen
Voorbeelden
Wann kocht die Suppe?
Wanneer kookt de soep?


























