Zoeken
jetzt
01
nu, op dit moment
In diesem Moment
Voorbeelden
Was machst du jetzt?
Wat doe je nu ?
02
tegenwoordig
In der heutigen Zeit
Voorbeelden
Die Kinder wachsen jetzt anders auf.
Kinderen groeien nu anders op.
jetzt
01
nu
Wird benutzt, um jemanden zum Zuhören oder Handeln zu bringen
Voorbeelden
Jetzt sag schon!
Kom op, zeg het!


























