Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
joggen
[past form: joggte]
01
joggen, rennen in een gematigd tempo
In mäßigem Tempo zur Fitness oder Entspannung laufen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
jogge
3e persoon enkelvoud
joggt
onvoltooid deelwoord
joggend
onvoltooid verleden tijd
joggte
voltooid deelwoord
gejoggt
Voorbeelden
Wir haben am Wochenende zusammen gejoggt.
We hebben dit weekend samen gejogd.



























