Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
jetten
01
reizen met een jet, zich verplaatsen met een straalvliegtuig
Mit einem Jet reisen, oft schnell und häufig
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
jette
3e persoon enkelvoud
jettet
onvoltooid deelwoord
jettend
onvoltooid verleden tijd
jettete
voltooid deelwoord
gejettet
Voorbeelden
Er jettete gestern nach Dubai für ein wichtiges Meeting.
Hij vloog gisteren met een jet naar Dubai voor een belangrijke vergadering.



























