installieren
ins
ˌɪns
ins
ta
ta
ta
llie
ˈli:
li
ren
ʁən
rēn

Definitie en betekenis van "installieren"in het Duits

installieren
01

installeren, configureren

Eine Software oder Hardware einrichten und betriebsbereit machen 
installieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
installiere
3e persoon enkelvoud
installiert
onvoltooid deelwoord
installierend
onvoltooid verleden tijd
installierte
voltooid deelwoord
installiert
Voorbeelden
Ich installiere das neue Betriebssystem. 

Ik installeer het nieuwe besturingssysteem.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store