Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
hinweisen
01
wijzen op, aanduiden
Jemanden auf etwas aufmerksam machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
hin
basiswerkwoord
weisen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
weise hin
3e persoon enkelvoud
weist hin
onvoltooid deelwoord
hinweisend
onvoltooid verleden tijd
wies hin
voltooid deelwoord
hingewiesen
Voorbeelden
Der Lehrer wies auf den wichtigen Hinweis in Kapitel 3 hin.
De leraar wees op de belangrijke opmerking in hoofdstuk 3.



























