Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
hinausgehen
01
einen Innenraum oder geschützten Ort verlassen und nach draußen gehen , -
grammaticale informatie
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
onvoltooid verleden tijd
ging hinaus
voltooid deelwoord
hinausgegangen
Voorbeelden
Nach dem Essen gingen wir noch kurz hinaus.



























