herrschen
herrschen
hɛɐ̯ʃn
heshn
herrchen

Definitie en betekenis van "herrschen"in het Duits

herrschen
01

heersen, regeren

Macht oder Kontrolle über ein Land oder Gebiet haben 
herrschen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
herrsche
3e persoon enkelvoud
herrscht
onvoltooid deelwoord
herrschend
onvoltooid verleden tijd
herrschte
voltooid deelwoord
geherrscht
Voorbeelden
Ein König kann über ein Land herrschen. 

Een koning kan over een land heersen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store