Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Haufen
01
hoop, stapel
Eine ungeordnete Ansammlung von Dingen oder Materialien
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Haufens
meervoudsvorm
Haufen
Voorbeelden
Sie warf die Kleider auf einen Haufen.
Ze gooide de kleren op een hoop.
02
hoop, veel
Eine große Menge
Voorbeelden
Ich habe einen Haufen zu tun vor dem Urlaub.
Ik heb een hoop te doen voor de vakantie.



























