gönnen
Pronunciation
/ˈɡœnən/

Definitie en betekenis van "gönnen"in het Duits

gönnen
[past form: gönnte]
01

zichzelf toestaan, zichzelf trakteren

Sich oder anderen etwas Angenehmes erlauben, ohne schlechtes Gewissen
gönnen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gönne
3e persoon enkelvoud
gönnt
onvoltooid deelwoord
gönnend
onvoltooid verleden tijd
gönnte
voltooid deelwoord
gegönnt
Voorbeelden
Ich gönne mir heute einen freien Tag.
Vandaag gun ik mezelf een vrije dag.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store