Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
gönnen
[past form: gönnte]
01
zichzelf toestaan, zichzelf trakteren
Sich oder anderen etwas Angenehmes erlauben, ohne schlechtes Gewissen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gönne
3e persoon enkelvoud
gönnt
onvoltooid deelwoord
gönnend
onvoltooid verleden tijd
gönnte
voltooid deelwoord
gegönnt
Voorbeelden
Ich gönne mir heute einen freien Tag.
Vandaag gun ik mezelf een vrije dag.



























