Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grunzen
[past form: grunzte]
01
knorren, grommen
Der raue Laut, den Schweine machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
grunze
3e persoon enkelvoud
grunzt
onvoltooid deelwoord
grunzend
onvoltooid verleden tijd
grunzte
voltooid deelwoord
gegrunzt
Voorbeelden
Wenn sie fressen, grunzen die Schweine ständig.
Wanneer ze eten, knorren de varkens constant.



























