Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
großschreiben
[past form: schrieb groß]
01
met een hoofdletter schrijven, een hoofdletter gebruiken
Ein Wort mit einem Großbuchstaben am Anfang schreiben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schreibe groß
3e persoon enkelvoud
schreibt groß
onvoltooid deelwoord
großschreibend
onvoltooid verleden tijd
schrieb groß
voltooid deelwoord
großgeschrieben
Voorbeelden
Bitte großschreiben: " Montag ".
Schrijf alstublieft met een hoofdletter: "maandag". Schrijven met een hoofdletter



























