Zoeken
groß
[comparative form: größer][superlative form: größte-]
01
groot
Von beträchtlicher Größe oder Ausmaß
Voorbeelden
Das ist ein großer Tisch.
Dat is een grote tafel.
02
lang, groot van postuur
Von hoher Körpergröße
Voorbeelden
Er war schon als Kind groß.
Hij was al lang als kind.
03
zeer, in hoge mate
In hohem Maße
Voorbeelden
Sie hat große Angst.
Ze heeft grote angst.


























