Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grillieren
[past form: grillierte]
01
grillen, op de grill bereiden
Fleisch oder andere Lebensmittel über direkter Hitze garen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
grilliere
3e persoon enkelvoud
grilliert
onvoltooid deelwoord
grillierend
onvoltooid verleden tijd
grillierte
voltooid deelwoord
grilliert
Voorbeelden
Kannst du das Gemüse auf dem Rost grillieren?
Kun je de groenten op het rooster grillen ?



























