Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Gleis
01
spoorweg, rail
Ein Schienenweg, auf dem Züge fahren
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Gleises
meervoudsvorm
Gleise
Voorbeelden
Der Zug fährt auf Gleis 5 ab.
De trein vertrekt vanaf spoor 5.



























