Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
glauben
01
geloven, denken
Etwas für wahr oder richtig halten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
glaube
3e persoon enkelvoud
glaubt
onvoltooid deelwoord
glaubend
onvoltooid verleden tijd
glaubte
voltooid deelwoord
geglaubt
Voorbeelden
Sie glaubt, dass es morgen regnet.
Zij gelooft dat het morgen gaat regenen.



























