Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
gießen
[past form: goss]
01
water geven, bevloeien
Pflanzen bewässern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gieße
3e persoon enkelvoud
gießt
onvoltooid deelwoord
gießend
onvoltooid verleden tijd
goss
voltooid deelwoord
gegossen
Voorbeelden
Ich gieße meine Zimmerpflanzen mit Regenwasser.
Ik geef mijn kamerplanten water met regenwater.



























