Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
gewohnt
01
gewend, gewoond
An etwas vertraut oder an eine Situation oder Handlung durch Wiederholung angepasst
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
am gewohntesten
vergrotende trap
gewohnter
gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Er hat sich an das kalte Wetter gewohnt.
Hij is gewend geraakt aan het koude weer.



























