gewohnt
Pronunciation
/ɡəˈvoːnt/

Definitie en betekenis van "gewohnt"in het Duits

01

gewend, gewoond

An etwas vertraut oder an eine Situation oder Handlung durch Wiederholung angepasst
gewohnt definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
am gewohntesten
vergrotende trap
gewohnter
gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Er hat sich an das kalte Wetter gewohnt.
Hij is gewend geraakt aan het koude weer.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store