gewöhnen
gewöh
ˈgəvø:
gēveu
nen
nən
nēn
gewonnengewinnen

Definitie en betekenis van "gewöhnen"in het Duits

gewöhnen
01

wennen, zich aanpassen

Sich an etwas Neues oder Ungewohntes langsam anpassen oder daran gewöhnen 
gewöhnen definition and meaning
Voorbeelden
Ich muss mich an das frühe Aufstehen gewöhnen. 

Ik moet wennen aan vroeg opstaan.

02

wennen, gewoon maken

jemanden oder etwas so beeinflussen, dass er, sie oder es etwas regelmäßig tut oder akzeptiert 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gewöhne
3e persoon enkelvoud
gewöhnt
onvoltooid deelwoord
gewöhnend
onvoltooid verleden tijd
gewöhnte
voltooid deelwoord
gewöhnt
Voorbeelden
Die Eltern gewöhnten das Kind an feste Schlafzeiten. 

De ouders wenden het kind aan vaste slaaptijden.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store