Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
gewöhnen
01
wennen, zich aanpassen
Sich an etwas Neues oder Ungewohntes langsam anpassen oder daran gewöhnen
Voorbeelden
Es dauert lange, sich an eine neue Sprache zu gewöhnen.
Het kost tijd om aan een nieuwe taal te wennen.
02
wennen, gewoon maken
jemanden oder etwas so beeinflussen, dass er, sie oder es etwas regelmäßig tut oder akzeptiert
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gewöhne
3e persoon enkelvoud
gewöhnt
onvoltooid deelwoord
gewöhnend
onvoltooid verleden tijd
gewöhnte
voltooid deelwoord
gewöhnt
Voorbeelden
Der Trainer gewöhnte die Spieler an den neuen Ablauf.
De trainer wendde de spelers aan de nieuwe routine.



























