genügen
Pronunciation
/ɡəˈnyɡən/

Definitie en betekenis van "genügen"in het Duits

genügen
[past form: genügte]
01

volstaan, voldoende zijn

Ausreichend sein
genügen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
genüge
3e persoon enkelvoud
genügt
onvoltooid deelwoord
genügend
onvoltooid verleden tijd
genügte
voltooid deelwoord
genügt
Voorbeelden
Deine Erklärung genügt mir nicht.
Je uitleg volstaat niet voor mij.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store