Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Gebäude
[gender: neuter]
01
gebouw, bouwwerk
Eine feste, überdachte Konstruktion aus Mauern, in der Menschen leben oder arbeiten
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Gebäudes
meervoudsvorm
Gebäude
Voorbeelden
Das Gebäude wurde im Jahr 1900 erbaut.
Het gebouw werd gebouwd in 1900.



























