Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fangen
[past form: fing]
01
vangen, grijpen
etwas oder jemanden greifen und festhalten
Voorbeelden
Wir haben gestern Fische gefangen.
Gisteren hebben we vissen gevangen.
Das Fangen
01
tikkertje, het spel tikkertje
ein Spiel, bei dem ein Spieler die anderen jagt und versucht, sie zu berühren



























