Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fangen
01
vangen, grijpen
etwas oder jemanden greifen und festhalten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fange
3e persoon enkelvoud
fängt
onvoltooid deelwoord
fangend
onvoltooid verleden tijd
fing
voltooid deelwoord
gefangen
Voorbeelden
Wir haben gestern Fische gefangen.
Gisteren hebben we vissen gevangen.
Das Fangen
01
tikkertje, het spel tikkertje
ein Spiel, bei dem ein Spieler die anderen jagt und versucht, sie zu berühren
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Fangens
Voorbeelden
Beim Fangen muss man gut aufpassen, wohin die anderen laufen.
Tikkertje vereist goed opletten waar de anderen naartoe rennen.



























