Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fangen
01
vangen, grijpen
etwas oder jemanden greifen und festhalten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fange
3e persoon enkelvoud
fängt
onvoltooid deelwoord
fangend
onvoltooid verleden tijd
fing
voltooid deelwoord
gefangen
Voorbeelden
Der Junge fängt den Ball.
De jongen vangt de bal.
Das Fangen
01
tikkertje, het spel tikkertje
ein Spiel, bei dem ein Spieler die anderen jagt und versucht, sie zu berühren
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Fangens
Voorbeelden
Kinder spielen oft Fangen in der Pause.
Kinderen spelen vaak tikkertje in de pauze.



























