Zoeken
essen
[past form: aß]
01
eten, voeden
Nahrung zu sich nehmen
Voorbeelden
Er isst gerne Obst.
Hij houdt ervan fruit te eten.
Das Essen
[gender: neuter]
01
voedsel, maaltijd
Nahrung oder Mahlzeit
Voorbeelden
Ich kaufe frisches Essen im Supermarkt.
Ik koop vers eten in de supermarkt.


























