Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ertappen
01
betrappen, verrassen
Jemanden bei einer verbotenen oder peinlichen Handlung überraschen und feststellen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
ertappe
3e persoon enkelvoud
ertappt
onvoltooid deelwoord
ertappend
onvoltooid verleden tijd
ertappte
voltooid deelwoord
ertappt
Voorbeelden
Die Polizei ertappte den Dieb auf frischer Tat.
De politie betrapte de dief op heterdaad.



























