erkälten
erkälten
ɛɐ̯kɛltn
ekeltn
erhaltenerkalten

Definitie en betekenis van "erkälten"in het Duits

erkälten
01

verkouden worden, een verkoudheid oplopen

Krank werden durch Kälte, oft mit Husten oder Schnupfen 
erkälten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
er
basiswerkwoord
kälten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erkälte
3e persoon enkelvoud
erkältet
onvoltooid deelwoord
erkältend
onvoltooid verleden tijd
erkältete
voltooid deelwoord
erkältet
Voorbeelden
Ich habe mich letzte Woche erkältet. 

Ik ben vorige week verkouden geworden.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store