Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
entziehen
01
intrekken, ontnemen
Jemandem etwas wegnehmen oder den Zugang verweigern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ent
basiswerkwoord
ziehen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
entziehe
3e persoon enkelvoud
entzieht
onvoltooid deelwoord
entziehend
onvoltooid verleden tijd
entzog
voltooid deelwoord
entzogen
Voorbeelden
Der Lehrer entzieht dem Schüler das Handy.
Afnemen de telefoon van de leerling is wat de leraar doet.



























