Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
entspringen
01
ontspringen aan, voortkomen uit
Aus etwas hervorgehen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ent
basiswerkwoord
springen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
entspringe
3e persoon enkelvoud
entspringt
onvoltooid deelwoord
entspringend
onvoltooid verleden tijd
entsprang
voltooid deelwoord
entsprungen
Voorbeelden
Seine Kreativität entspringt einer lebhaften Fantasie.
Zijn creativiteit ontspringt aan een levendige verbeelding.



























