Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
entlassen
01
ontslaan, ontslagen
Aus einer Einrichtung offiziell gehen lassen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
ent
basiswerkwoord
lassen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
entlasse
3e persoon enkelvoud
entlässt
onvoltooid deelwoord
entlassend
onvoltooid verleden tijd
entließ
voltooid deelwoord
entlassen
Voorbeelden
Die Ärztin hat mich gesund geschrieben und entlassen.
De arts heeft me gezond verklaard en ontslagen.
02
ontslaan, ontslagen
Jemandem kündigen oder aus dem Arbeitsverhältnis entlassen
Voorbeelden
Sie haben ihn nach zehn Jahren entlassen.
Ze hebben hem na tien jaar ontslagen.



























