Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
entfremden
01
vervreemden, verwijderen
Jemanden oder etwas von etwas anderem distanzieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ent
basiswerkwoord
fremden
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
entfremde
3e persoon enkelvoud
entfremdet
onvoltooid deelwoord
entfremdend
onvoltooid verleden tijd
entfremdete
voltooid deelwoord
entfremdet
Voorbeelden
Die Politik hat die Jugend von der Demokratie entfremdet.
De politiek heeft de jeugd van de democratie vervreemd.
02
vervreemden, vervreemden
Die emotionale oder soziale Distanz zwischen Personen vergrößern
Voorbeelden
Mit der Zeit entfremdeten sich die Freunde.
Met de tijd vervreemdden de vrienden van elkaar.



























