einstellen
ein
a:n
an
ste
ʃtɛ
shte
llen
lən
lēn

Definitie en betekenis van "einstellen"in het Duits

einstellen
01

aannemen, in dienst nemen

Jemanden für eine Arbeit anstellen, beschäftigen 
einstellen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
stellen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stelle ein
3e persoon enkelvoud
stellt ein
onvoltooid deelwoord
einstellend
onvoltooid verleden tijd
stellte ein
voltooid deelwoord
eingestellt
Voorbeelden
Die Firma stellt neue Mitarbeiter ein. 

Het bedrijf werft nieuwe werknemers aan.

02

zich melden

Pünktlich oder an einem bestimmten Ort erscheinen 
einstellen definition and meaning
Voorbeelden
Bitte stellen Sie sich um 9 Uhr pünktlich ein. 

Gelieve zich om 9 uur stipt aan te melden.

03

afstellen, regelen

Etwas richtig oder falsch justieren oder regulieren 
einstellen definition and meaning
Voorbeelden
Ich muss den Fernseher richtig einstellen. 

Ik moet de televisie correct instellen.

04

stoppen, beëindigen

Etwas stoppen 
einstellen definition and meaning
Voorbeelden
Die Firma stellte die Produktion ein. 

Het bedrijf staakte de productie.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store