einstellen
Pronunciation
/ˈaɪ̯nʃtɛlən/

Definitie en betekenis van "einstellen"in het Duits

einstellen
01

aannemen, in dienst nemen

Jemanden für eine Arbeit anstellen, beschäftigen
einstellen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
stellen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stelle ein
3e persoon enkelvoud
stellt ein
onvoltooid deelwoord
einstellend
onvoltooid verleden tijd
stellte ein
voltooid deelwoord
eingestellt
Voorbeelden
Sie wollen mich in der Abteilung einstellen.
Ze willen me aannemen in de afdeling.
02

zich melden

Pünktlich oder an einem bestimmten Ort erscheinen
einstellen definition and meaning
Voorbeelden
Die Teilnehmer haben sich schnell eingestellt.
De deelnemers zijn snel verschenen.
03

afstellen, regelen

Etwas richtig oder falsch justieren oder regulieren
einstellen definition and meaning
Voorbeelden
Kannst du die Lautstärke bitte einstellen?
Kun je het volume instellen?
04

stoppen, beëindigen

Etwas stoppen
einstellen definition and meaning
Voorbeelden
Wegen Geldmangels wurde das Projekt eingestellt.
Vanwege geldgebrek werd het project gestopt.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store