Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
einschalten
01
aanzetten, activeren
Ein Gerät oder eine Funktion aktivieren, sodass es beginnt zu arbeiten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
schalten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schalte ein
3e persoon enkelvoud
schaltet ein
onvoltooid deelwoord
einschaltend
onvoltooid verleden tijd
schaltete ein
voltooid deelwoord
eingeschaltet
Voorbeelden
Kannst du das Licht einschalten?
Kun je het licht aandoen ?
Lexicale Boom
einschalten
ein
schalten



























