einrichten
Pronunciation
/ˈaɪ̯nʀɪçtn̩/

Definitie en betekenis van "einrichten"in het Duits

einrichten
01

inrichten, installeren

Etwas so vorbereiten oder ordnen, dass es benutzt oder genutzt werden kann
einrichten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
richten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
richte ein
3e persoon enkelvoud
richtet ein
onvoltooid deelwoord
einrichtend
onvoltooid verleden tijd
richtete ein
voltooid deelwoord
eingerichtet
Voorbeelden
Er richtet sein Zimmer sehr ordentlich ein.
Hij richt zijn kamer zeer netjes in.
02

organiseren, inrichten

Etwas planen oder organisieren, damit es stattfinden kann
einrichten definition and meaning
Voorbeelden
Er richtet alles so ein, dass es klappt.
Hij regelt alles zodat het werkt.
03

oprichten, instellen

Etwas offiziell gründen oder eröffnen
einrichten definition and meaning
Voorbeelden
Sie richten eine neue Schule ein.
Zij richten een nieuwe school op.
04

zich voorbereiden, zich aanpassen

Sich auf etwas vorbereiten oder einstellen
Voorbeelden
Er richtet sich auf Veränderungen ein.
Hij bereidt zich voor op veranderingen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store