einrichten
ein
a:n
an
rich
ʁɪç
rich
ten
tən
tēn

Definitie en betekenis van "einrichten"in het Duits

einrichten
01

inrichten, installeren

Etwas so vorbereiten oder ordnen, dass es benutzt oder genutzt werden kann 
einrichten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
richten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
richte ein
3e persoon enkelvoud
richtet ein
onvoltooid deelwoord
einrichtend
onvoltooid verleden tijd
richtete ein
voltooid deelwoord
eingerichtet
Voorbeelden
Wir richten das neue Wohnzimmer ein. 

Wij richten de nieuwe woonkamer in.

02

organiseren, inrichten

Etwas planen oder organisieren, damit es stattfinden kann 
einrichten definition and meaning
Voorbeelden
Sie richten ein Treffen für morgen ein. 

Zij organiseren een vergadering voor morgen.

03

oprichten, instellen

Etwas offiziell gründen oder eröffnen 
einrichten definition and meaning
Voorbeelden
Die Stadt richtet ein neues Museum ein. 

De stad richt een nieuw museum op.

04

zich voorbereiden, zich aanpassen

Sich auf etwas vorbereiten oder einstellen 
Voorbeelden
Ich richte mich auf die Prüfung ein. 

Ik bereid me voor op het examen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store